Verleden en heden

Op deze pagina:

    Het verleden

    De organisatie is onder de naam Werknemerswelzijn ontstaan uit de "Liberale Werkersverdediging" (gesticht in 1891), een Gentse volksvereniging die, zoals toen gebruikelijk, multifunctioneel was (toneel- en muziekvereniging, "leergenootschap", voordrachtenclub, kiesverenigingen,…) en waarin ook de eerste Gentse liberale vakbond, de ziekenbond en een coöperatieve onderdak vonden.

    In het Interbellum lag de belangrijkste activiteit van Werknemerswelzijn op twee gebieden:

    • het beheer van een ondertussen omvangrijk geworden bibliotheek- en documentatiecentrum, financieel afhankelijk van de ACLVB;
    • het gratis uitlenen van schoolboeken aan onbemiddelde leerlingen die vakonderwijs wensen te volgen.

    In 1959 kreeg de feitelijke vereniging Werknemerswelzijn, om praktische redenen, rechtspersoonlijkheid (vzw); ze werd niet alleen belast met het beheren van het documentatiecentrum, maar ook met het organiseren van de vormingsactiviteiten van de Liberale vakbond.

    Met ingang van 1 januari 1973 werd Werknemerswelzijn door het Ministerie van Nederlandse Cultuur erkend als nationale organisatie voor volksontwikkeling, in het kader van het KB van 24 maart 1967.

    Werknemerswelzijn is erkend als instelling vanaf 1 januari 1991 op basis van het decreet van 3 maart 1978. Vanaf 1995 vielen wij onder de overgangsmaatregelen, zoals bepaald in de artikelen 26-30 van het Decreet van 19 april 1995.

    Sinds 1 juli 1996 is Werknemerswelzijn erkend op basis van een vormingspakket van meer dan 3.000 uren, gerealiseerd in de periode van 1 juli 1995 tot 30 juni 1996.

    Het decreet van 4 april 2003 heeft het landschap binnen het sociaal-cultureel volwassenenwerk grondig gewijzigd. Werknemerswelzijn is sindsdien erkend als syndicale vormingsinstelling. Het decreet van 2003 is regelmatig aangepast. De voornaamste aanpassing vond in 2008, na een grondige evaluatie,  plaats.

    In 2009 werd de vzw 50 jaar. Tijd voor een nieuwe wind. De visie en de missie werden  herzien en  we brachten enkele wijzigingen aan in de structuur van de organisatie en in het aanbod. We sloten het veranderingsproces af met  een nieuwe naam voor de organisatie: Comé. Naast het feit dat de naam een uitnodiging is om ‘mee te komen’, is het ook de afkorting van Competent in Engagement. De kern van de missie van de organisatie ligt hierin vervat. Het orgelpunt vond plaats op 9 mei 2009. Dan is de naam feestelijk onthuld, meer dan vijfhonderd aanwezigen vierden mee.

    Sinds 2009 zijn er in de structuur van Comé niet veel zaken veranderd, des te meer op inhoudelijk en organisatorisch vlak. Vooral de organisatie-ontwikkeling heeft veel aandacht gekregen.

     

    Het heden

    Uit de korte weergave van de geschiedenis valt af te leiden dat Comé zich wel situeert binnen het grote huis van de liberale vakbond, maar toch autonoom opereert. In 1989 werden de nieuwe structuren van de liberale vakbond uitgetekend. Dit betekende o.a. de oprichting van de Vlaamse Regionale met als doelstellingen:

    • haar leden vertegenwoordigen in alle interne en externe advies-, overleg- en beslissingsorganen van publieke en privaatrechterlijke aard op regionaal en communautair vlak;
    • gebruik maken van alle syndicale actiemiddelen;
    • alle diensten verrichten die zij nuttig oordeelt in overleg met de nationale instanties.

    Concreet betekent dit dat ook Comé sinds 2008 ondergebracht is bij de Vlaamse Regionale:

    Concreet uit de inbedding in de ACLVB structuur zich in een maandelijks overleg op het niveau van de Vlaamse Regionale en in de samenstelling van de raad van bestuur. Verder gebeurt de personeelsadministratie en de logistieke ondersteuning door de centrale diensten van de liberale vakbond.

    Momenteel heeft Comé 10 medewerkers:  3 administratieve krachten, 1 boekhoudster, 1 logistieke medewerkster, 5 educatieve krachten en 1 coördinator. Samen zorgen we voor meer dan 4000 vormingsuren per jaar en bereiken we meer dan 2000 unieke deelnemers.

    Het aanbod staat open voor iedereen. In praktijk schrijven vooral leden van de liberale vakbond in. We splitsen het aanbod op per doelgroep:

    • afgevaardigden van de liberale vakbond (effectieve en plaatsvervangende leden ondernemingsraad, comité voor preventie en bescherming op het werk en syndicale delegees) kunnen kiezen uit een residentiële vorming of een niet-residentiële vorming;
    • militanten (werknemers  die een syndicaal engagement tonen zonder verkozen te zijn) vormen de grootste groep. Zij schrijven in voor een vijfdaagse vorming (3 dagen in de buurt van hun woonplaats en een residentiële 2-daagse in Oostende) of een gespecialiseerde vorming. Elk jaar worden 2 nieuwe thema’s gekozen voor de gespecialiseerde vorming. Hier gaat het om een 4-daagse vorming waar we 1 groot thema behandelen;
    • iedereen (ook deelnemers die niet tot de twee vorige categorieën behoren) kunnen de algemene vorming in het weekend volgen (4 dagen plaatselijk) of hebben de keuze uit een aantal informaticacursussen. 55-plussers die niet (meer) actief zijn op de arbeidsmarkt, hebben hun eigen 4-daagse vorming;
    • daarnaast organiseren we sinds enkele jaren ook ‘vormingen op maat’. De vraag kan uitgaan van een sector, een bedrijf, een plaatselijke groep. Zo zijn we in dit kader ook gestart met een residentiële vorming voor de non-profitsector en een vorming voor kaderleden.

    De structuur in het aanbod blijft min of meer dezelfde, inhoudelijk wisselen de thema’s jaarlijks. Op die manier blijven we actueel.